Er gaat niets boven die eerste hap van zacht, sappig vlees dat urenlang heeft staan garen op de barbecue. Pulled pork van de barbecue is niet alleen een klassieker onder BBQ-fanaten, maar ook een gerecht waarmee je indruk maakt op vrienden en familie. Het mooie is: met een beetje geduld en een kamado (of andere barbecue met deksel) kan jij dit zelf ook maken.
In deze blog neem ik je stap voor stap mee in het proces. Geen ingewikkelde keukenpraat, maar gewoon duidelijk en praktisch, alsof we samen bij de barbecue staan.
Benodigdheden
- Barbecue met deksel
- Platesetter of heat deflector (voor indirect garen)
- Kerntemperatuurmeter
- Butcher paper of aluminiumfolie
- Plantenspuit (voor appelsap of azijn)
- Tang of BBQ-handschoenen
Ingrediënten
- 2,5–3,5 kg varkensprocureur (nek)
- 2 el mosterd
- Voor de dry rub:
- 3 el bruine basterdsuiker
- 2 el paprikapoeder (gerookt geeft extra smaak)
- 1 el zout
- 1 el zwarte peper
- 1 el knoflookpoeder
- 1 el uienpoeder
- 1 tl cayennepeper (optioneel, voor pit)
- 1 tl komijn
- Appelsap of appelciderazijn om te sprayen
- BBQ-saus naar keuze (optioneel, om door het vlees te mengen)
Het recept voor pulled pork
1. Voorbereiden
Begin met het vlees. Snijd overtollig vet van de procureur en smeer hem in met mosterd. Dit werkt als plakmiddel voor de dry rub. Meng de rub-ingrediënten en masseer deze royaal in het vlees. Laat dit minimaal een uur intrekken, of nog beter: een nacht in de koelkast.
2. De barbecue op temperatuur
Steek je kamado aan en richt hem in voor indirect garen op 110–120°C. Voeg wat rookhout toe, bijvoorbeeld appel of kers, voor een mooie milde rooksmaak.
3. Het roken

Leg de procureur op het rooster en sluit het deksel. Nu begint het geduldwerk. Reken op een lange sessie van 6 tot 10 uur, afhankelijk van de grootte van het vlees. Spray ieder uur wat appelsap of azijn over het vlees om het vochtig en smaakvol te houden.
4. De stall en het inpakken
Rond de 65–70°C kerntemperatuur zul je merken dat het vlees niet verder stijgt: dit heet de stall. Hier pak je het vlees strak in butcher paper of folie, met eventueel een scheutje appelsap erbij. Zo gaat het sneller door deze fase heen.
5. Mals garen
Laat de procureur doorgaren tot een kerntemperatuur van 92–96°C. Test met een prikker of thermometer: gaat die er soepel in, alsof je in boter prikt? Dan is je pulled pork klaar.
6. Rusten en pullen

Laat het vlees minstens 30–60 minuten rusten, nog steeds verpakt. Daarna is het tijd voor het leukste deel: trek het vlees uit elkaar met vorken of “meat claws”. Meng er eventueel wat BBQ-saus door en serveer het op een broodje, in een wrap of gewoon los met coleslaw.

FAQ: Pulled pork van de barbecue
1. Welk stuk vlees gebruik je voor pulled pork?
De procureur (varkensnek) is ideaal. Dit stuk vlees bevat genoeg vet en bindweefsel, waardoor het na uren garen heerlijk mals wordt.
2. Hoe lang duurt pulled pork op de barbecue?
Gemiddeld tussen de 6 en 10 uur, afhankelijk van de grootte van het vlees, de temperatuur van je BBQ en hoe je met de stall omgaat.
3. Moet ik altijd inpakken tijdens de stall?
Nee, het hoeft niet. Inpakken versnelt het proces en houdt het vlees sappiger. Zonder inpakken krijg je een dikkere korst (bark).
4. Kan ik pulled pork voorbereiden en later opwarmen?
Zeker! Pulled pork laat zich goed invriezen. Verpak het luchtdicht en warm het later langzaam op in een pan of oven met wat extra BBQ-saus, appelsap, of bouillon.
5. Welk rookhout gebruik ik het best?
Appel en kers geven een milde, zoete rooksmaak. Hickory is sterker en klassieker voor BBQ. Kies wat bij jouw smaak past.
Tot slot
Pulled pork van de barbecue maken is misschien een lange sessie, maar geloof me: het resultaat is het meer dan waard. Je huisgenoten, vrienden of gasten zullen er nog weken over praten. Dus zet die kamado aan, pak je geduld erbij en geniet straks van deze ultieme low & slow klassieker.
Heb jij al eens pulled pork van de barbecue gemaakt? Laat het weten in de reacties hieronder en deel jouw tips!


